Op zoek naar een betaalbaar self-hosted Git-platform voor je team? We vergeleken GitLab Self-Managed, Gitea en Forgejo op RAM-gebruik, CI/CD-mogelijkheden en installatiegemak. Plus: hoe je ze host voor minder dan $50/maand — inclusief Aleph Cloud als privaat en gedecentraliseerd alternatief.
GitLab Self-Managed is de meest complete DevOps-oplossing met uitgebreide CI/CD, container registry en projectmanagement — ideaal voor teams die alles-in-één willen, maar vraagt wel om een serieuze server (minimaal 2-4 GB RAM).
Als klein team draait alles om controle, privacy en kosten. Self-hosted Git-platformen geven je volledige eigenaarschap over je code, zonder afhankelijk te zijn van de prijsstructuur of databeleid van GitHub, GitLab.com of Bitbucket. En met de juiste aanpak blijf je ruim onder de $50 per maand — inclusief hosting.
We hebben de drie belangrijkste open-source opties onder de loep genomen: GitLab Self-Managed, Gitea en Forgejo. Elk met een eigen filosofie en ideale use case.1
Gitea is de kampioen van de lage systeemeisen. Geschreven in Go, draait het op een Raspberry Pi of een VPS met 512 MB RAM. Perfect voor teams die een snelle, no-nonsense Git-omgeving willen zonder poespas.
> Ideaal voor: Teams die Git willen met een moderne webinterface, minimale overhead, en geen behoefte hebben aan een volledig DevOps-platform.
GitLab is de zwaargewicht in deze vergelijking. Het biedt niet alleen Git-repositorybeheer, maar ook CI/CD, container registry, issue tracking, wiki's, en meer. De CE (Community Edition) is gratis en feature-rich, maar vraagt wel om serieuze servercapaciteit.
> Ideaal voor: Teams die één platform willen voor de hele ontwikkelcyclus en voldoende serverruimte hebben.
Forgejo is ontstaan als fork van Gitea toen het commerciële belangen begon te krijgen. Het wordt beheerd door de Codeberg e.V. stichting en legt de nadruk op open governance en privacy. Qua prestaties en resourcegebruik lijkt het sterk op Gitea.
> Ideaal voor: Teams die waarde hechten aan community-governance en een ethisch, transparant project willen steunen.
| Platform | RAM-gebruik | CI/CD | Installatiegemak |
|---|---|---|---|
| Gitea | ~100–200 MB | Basis (Act Runner) | ★★★★★ — Zeer eenvoudig |
| GitLab CE | ~2–4 GB | Zeer uitgebreid | ★★★☆☆ — Matig |
| Forgejo | ~100–200 MB | Forgejo Actions | ★★★★★ — Zeer eenvoudig |
De kernvraag is: feature-rich vs. lightweight.
> Onze mening: Voor de meeste kleine teams is Gitea de beste prijs-kwaliteitverhouding. Heb je behoefte aan een volledig DevOps-platform en is het budget er? Kies dan GitLab Self-Managed. Wil je een ethisch en community-gedreven alternatief? Ga voor Forgejo.
Waar host je deze platformen? Natuurlijk kun je naar DigitalOcean, Linode of AWS gaan, maar die brengen vendor lock-in en oplopende kosten met zich mee. Een interessant alternatief is Aleph Cloud: een gedecentraliseerd cloudplatform dat je dezelfde flexibiliteit geeft, maar zonder afhankelijkheid van één grote aanbieder.
Aleph Cloud werkt op basis van peer-to-peer netwerken en biedt compute- en storage-mogelijkheden tegen voorspelbare, lage kosten. Voor een kleine Git-server met Gitea of Forgejo betaal je een fractie van wat je bij traditionele cloudproviders kwijt bent — en je data blijft volledig onder jouw controle.
> Let op: Aleph Cloud is een opkomend platform. Voor productieomgevingen met hoge uptime-eisen raden we aan om eerst grondig te testen of het aan je SLA voldoet.
Self-hosted Git hoeft niet duur of ingewikkeld te zijn. Voor kleine teams is de combinatie van Gitea (of Forgejo) op een lichte VPS de meest kostenefficiënte en praktische oplossing. Wil je alles-in-één, dan is GitLab Self-Managed de investering waard. En met Aleph Cloud als hostinglaag voeg je daar nog privacy en decentralisatie aan toe — zonder de $50/maand-grens te overschrijden.
Wij verdienen een commissie als je via onze links een product aanschaft. Dit helpt ons om onafhankelijke, eerlijke vergelijkingen te blijven maken.
Wil je een vervolgvraag die het artikel niet beantwoordde? Vraag de engine — hij draagt de context van het artikel mee.
Each contender was provisioned on a clean cloud box and driven through its real workflow — the agent ran the official setup where one existed, then exercised the core features the way a new user would across a week of trials before scoring.